Een steekje los
Steeds meer hoor ik, “dat de crisis voorbij is.” Misschien een beetje raar, maar ik heb hier een dubbel gevoel bij. Misschien is er wel een steekje los bij mij? Natuurlijk ben ik blij voor de mensen die er door getroffen zijn. Maar ook bracht het wat moois. We werden namelijk weer creatief. Ja, ik maakte het zelfs mee in mijn naaste omgeving. Al ging dit ook gepaard met een heftige discussie.
Enige weken terug, er was toen nog geen sprake van het einde van de crisis, hoorde ik van mijn dochters, “we gaan op handwerkles.” Niet veel later zag ik ze in de weer met haaknaald en breipennen. Het deed me meteen aan mijn oma en moeder denken, want ook zij waren altijd aan het handwerken. Zelfs als er visite was gingen ze gestaag door en ook de vrouwelijke visite hadden hun werkjes mee. Nu ik hier over nadenk leek het wel wat op wat ze nu gezamenlijk doen. Nu staren ze allemaal op hun telefoontje toen op hun kunstwerkjes, maar wel met dien verstande dat er toen, tijdens het handwerken, wel met elkaar werd geconverseerd.
Goed je kunt niet alles meteen verwachten dus dat praten zou misschien ook wel weer komen. Al werd me wel te verstaan gegeven, “dat praten en breien niet samen gingen.” Wijselijk hield ik mijn mond door niet te zeggen: wat had je vroeger dan wonder vrouwen. De sfeer werd namelijk al wat grimmiger en nu werd het ook nog theetijd voor de handwerkclub. Voor mij de hoogste tijd om het gesprek de goede kant op te sturen. Dus nam ik het heft in handen. Je moet de schapen scheren als hij wol heeft.
Dus begon ik met ik ben blij: dat jullie dat creatieve van mijn kant hebben. Helaas had ik de ooi over het hoofd gezien. Ze is nogal door de wol geverfd en ze begon dan ook meteen te blaten: “van jouw kant? Van onze kant zal je bedoelen. Mijn moeder maakte alles zelf. En je bent zeker vergeten: dat ik ooit een trui voor je heb gebreid?” Nu dat herinnerde ik me nog heel goed. Maar het leek me beter om daar niet op in te gaan. Vrouwen weten echter niet van opgeven.
Ja, en toen zat er niets anders op dan het ware verhaal te vertellen. Eerlijk is eerlijk het was een mooie trui, maar het had één probleem. Tijdens het passen kon mij hoofd niet door het daarvoor bestemde gat. Uit alle macht werd er aan de trui en mijn hoofd getrokken. Maar geen succes wel had ik een schedelbasisfractuur opgelopen. Goede raad was duur, maar gelukkig had mijn schoonmoeder de oplossing. Nu bij de truien van mijn oma en moeder had ik dit nog nooit meegemaakt. Dus was hiermee het bewijs geleverd: dat mijn familie creatiever was! Nu deze opmerking gaf veel geschreeuw maar weinig wol, gelukkig had ik nog een troef.
Als kind had mijn oma namelijk een trui gemaakt waarin zij een cowboy, of zoals zij zei: “een kooibooi,” verwerkt. Alle kinderen waren dan ook stik jaloers op me. Helaas werd hij mij op een gegeven moment te klein. Mijn broer werd nu de gelukkige om hem te dragen. Weer later ging hij naar een buurjongen. Nu ik ben er heilig van overtuigd dat deze prachtige trui nog steeds in omloop is. Mocht dat niet meer het geval zijn, dan hangt hij toch zeker ergens in een museum. Dus de overwinning was duidelijk.
Terwijl ik de overwinning wilde vieren bekroop me echter ook een gevoel van medelijden. Waarom ben ik toch altijd zo’n zwakkeling? Dus zei ik maar om het niet erger te maken, laten we het maar op een gelijkspel houden. Laten we in vredesnaam aan dit kinderachtige gedoe een punt breien en aldus geschiede.
