Julian
Oma denkt noch steeds, “dat je een baby bent.” Ik laat haar maar in die waan, want mij vindt ze nog steeds een kind. Vaak hoor ik, “wat ben jij nog een verschrikkelijk kind.” Zo ze is weg, ze stond namelijk achter mijn rug mee te gluren, want wat wij als grote kerels bespreken daar moeten we vrouwen buiten houden. Ja, 14 jaar word je vandaag en dat is natuurlijk al heel wat. Zelf ging ik op die leeftijd aan het werk. Al kan ik me dat nu niet meer voorstellen als ik iemand van die leeftijd zie. Al begrijp ik nog wel dat je je op die leeftijd, op weg naar volwassenheid, wat wil afzetten tegen de maatschappij.
Daarom was ik er van uitgegaan dat ik vorig jaar het laatste stukje had geschreven. Ik wil natuurlijk niet dat je denkt: daar heb je die ouwe zak ook weer! Nu ik had het nog niet gedacht of ik kreeg al een reactie van je. De volgende morgen toen ik de krant opensloeg stond daar een foto met mensen die borden droegen met de tekst, “I’m Julian.” Dat moest natuurlijk een bericht van jou zijn. De hele krant heb ik uitgepluisd, al doe ik dat iedere dag, maar verder kwam ik niets van je tegen. Dat werd anders toen ik naar mijn hok ging om te schilderen. Want wat schitterde daar op mijn tekenbord? Toen ik beter keek zag ik dat het een ster was. Nu die had ik daar niet neergelegd. Snel heb ik er een foto van gemaakt anders denken die ongelovige Thomassen weer dat ik zit te fantaseren. Ja, toen wist ik feitelijk genoeg.
Maar jij had er nog geen vertrouwen in. Je hebt zeker gehoord dat ze hier vaak roepen: “die man snapt ook helemaal niks.” Dat is natuurlijk gekomen omdat ik zo jong aan het werk ging en misschien beter naar school had kunnen gaan. Dus kreeg ik nog een tip van je. Omdat ik even moest wachten, en dat doe ik wel vaker, klikte ik YouTube aan op de computer. Maar op de één of andere vreemde wijze kwam er een lied wat ik helemaal niet kon. Toch werd ik meteen gegrepen zo hemels klonk dit. Maar plotseling haperde het en bleef het beeld stilstaan. Tot mijn verbazing zag ik een jongetje dat gluurde door de brievenbus. Ik wist meteen dat jij dat was en dat je wilde dat ik dat ging schilderen. Je dacht natuurlijk je hebt al meer van de familie gedaan, maar mij nog nooit.
Toch heb ik hier een tijdje over nagedacht. Ik dacht als ik dit vertel: dan denken de mensen het wordt nu tijd dat hij wordt opgenomen. Maar toen snapte ik jouw bedoeling je wilde wel dat ik over je schreef en dat je er ook bij hoort. Nu als opa kun ja daar natuurlijk geen weerstand aan bieden. Dus heb ik het geschilderd en staat het nu te drogen. Als het droog is dan krijgt het natuurlijk een ereplaats in mijn werkruimte. Ook moet ik het hier nog isoleren zodat er geen geluid meer naar de kamer doordringt. Nu kunnen, we door dit schilderij, en ook nu doen we dit al met elkaar praten. Maar nu roept oma iedere keer, “wat zeg je?” Dan zeg ik maar dat ik in m’n eigen praat, maar die smoes kan ik natuurlijk niet iedere keer gebruiken. Maar neem maar van mij aan, het komt goed.