Sentiment
Om te oefenen gingen leerling schilders in het verleden naar het museum. Ze gingen hier dan een schilderij namaken om zich verder te bekwamen. Zelf kom ik ook wel eens in een museum, maar nu zie je deze werkwijze niet meer. Tenminste ik heb het nog nooit gezien. Nu is dat niet zo vreemd tegenwoordig kun je alle musea op het internet vinden. Ja, en dan een werk downloaden is een simpel kunstje. Zelfs mij lukt dat!
Dus toen ik eens een virtueel bezoek aan het Rijksmuseum bracht kwam ik een prent van een boerenknecht tegen. Nu hebben ze het wel eens over liefde op het eerste gezicht en ook mij gebeurde nu zo iets. Niet dat ik verliefd werd op deze man nee, dan moet ik het toch hebben van een boerin of een boerenmeid. Deze knecht deed me toch wat, al kon ik niet meteen de zere vinger op de hooivork leggen. Maar toen ik hem aan het tekenen was schoot het me plots te binnen.
Het had namelijk met mijn verleden te maken. Al weet ik niet of ik dit wel wereldkundig moet maken? De tijden zijn nogal veranderd en de kans is groot dat er nu gedacht gaat worden, wat heeft hij een verschrikkelijke jeugd gehad. Gelukkig sterkt het mij in de gedachten dat veel meer kinderen toen door dit lot werden getroffen. We werden hard aangepakt en van jeugdzorg of kindertelefoon daarvan was toen nog geen sprake. Daar kwam bij dat mijn moeder de opvoeding alleen moest doen. Ondanks dat zij klein van lengte was hadden wij wel een groot ontzag voor haar.
Ja, haar woorden kwamen aan als mokerslagen. Dus liet je het wel uit je hoofd om haar tegen je in het harnas te jagen. Dit lukte natuurlijk niet altijd, veelal had ik verkeerde vrienden die mij meenamen op het kwajongenspad. Als je dan bij het spelen te dicht bij de sloot kwam en daar een klesser, een natte voet al noemen ze het ergens anders geloof ik een zeikerd, opliep. Nu dan waren bij thuiskomst de rapen gaar. Dan werd er gedreigd met de Bullebak. Een monster dat je de sloot kon intrekken met verdrinking als gevolg. Van angst durfde je eerste dagen niet meer bij de sloot te komen. Maar er waren nog meer bedreigingen.
Als ik op school mijn best niet deed, dan kreeg ik te horen. “Dan ga je maar van school af en word je boerenknecht. Dan moet je zeven dagen in de week werken en slapen in een stal,” zo dreigde mijn moeder. Nu dit moest wel iets verschrikkelijks zijn, dus toch maar beter opletten op school. Maar nu ik die boerenknecht zit te tekenen denk ik er heel anders over. Was ik het toch maar geworden! Dan had ik nu ook zo’n mooie karakteristieke kop gehad en niet zo’n één waar ik nu mee behept ben. Ja, en worden kan ik het ook niet meer, want iedereen heeft tegenwoordig goed opgelet op school en is dienaangaande dit beroep uitgestorven. Dan heeft de jeugd van tegenwoordig het een stuk eenvoudiger, die luisteren niet meer.