Na zoveel jaar huwelijk kan ik er nu wel eens voor uitkomen. Ik ging namelijk uit van het principe: eerst het kooitje klaar dan het vogeltje erin. Dus zeg maar, beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. Een mens wil tenslotte wat vastigheid, maar er komt natuurlijk veel meer voor kijken.
Hier kom je in de loop der jaren achter en dan dringt het tot je door, dat ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Zo is mevrouw mijn vrouw een vrije vogel en ik een echte huismus. Maar ook, dat de gebraden eenden niet in je mond vliegen. Ja, dat betekent zelfs, dat je elkaar wel eens in de haren vliegt. Maar dat hoort er allemaal bij. Iemand blij maken met een dooie mus is nu eenmaal onmogelijk. Ondanks dit alles beschouw ik me toch als een geluksvogel.
Al gaat dit geluk voor de mus bijna niet meer op. Steeds minder zien we deze, toch mooie, vogel in onze leefomgeving rondscharrelen. Dit is toch een gemis van een ooit zo vertrouwd beeld. Dus vond ik het de hoogste tijd om hem/haar vast te leggen. Maar wie weet maak ik me voor niets zorgen, want als de nood het hoogste is dan is de redding nabij.