Liefde is een raar ding. Al weet ik natuurlijk niet of dat voor iedereen opgaat. Maar voor mij in ieder geval wel. De oorzaak hiervan wijt ik aan het feit dat ik het in mijn jeugd, voor een deel, heb moeten ontberen. Bij het ouder worden kom je dan tot de ontdekking: dat ermee omgaan nog niet zo eenvoudig is.
Wel kwam ik er van de week achter, dat ik in mijn prille jeugd toch wel een liefde heb ontwikkeld. Ik zat namelijk een uil te tekenen en tijdens deze bezigheid viel het mij op, dat ik wel een heel sterke voorliefde heb voor deze vogels. In de loop der jaren heb ik er namelijk diverse gemaakt. Dus dwaalden mijn gedachten, zoals gebruikelijk, af waar deze voorkeur vandaan kwam.
Nu ik moest een heel eind terug in mijn gedachten en bijna had ik de moed al op gegeven. Maar zoals zo vaak als je denkt dat je iets niet meer weet dan schiet het je plotsklaps te binnen. Dit heb ik namelijk ook als ik niet op een naam kan komen. Echter nu schoot de naam van Paulus de Boskabouter me te binnen. Ja, en toen wist ik het weer. Als kind luisterde ik voor het slapen gaan naar de avonturen van deze kabouter.
Ieder avond beleefde hij wel wat met zijn vrienden, de das Gregorius, de raaf Salomo, dan was er nog Krakas vermoedelijk een vogel maar dat was niet helemaal duidelijk en natuurlijk de uil Oehoeboeroe. Net als Paulus een heel wijs en kalm heerschap. Nu als kind had ik daar diepe bewondering voor en dat verklaart natuurlijk mijn liefde voor uilen.
Dus dank zij Oehoeboeroe heb ik toch geleerd om met de liefde om te gaan. Hier heb ik mijn verdere leven toch profijt van gehad en zijn er inmiddels diverse mensen die ik een warm hart toedraag. Wel kom ik tot de ontdekking, dat k nog nooit een portret van Oehoeboeroe heb gemaakt. Schandalig natuurlijk, maar ik kan het nog goed maken en tot die tijd draag ik het portret van deze velduil maar aan hem op.