Zondagmorgen 5.30 uur en daar zit ik dan met de handen in het haar. Een openingszin moet altijd pakkend zijn om de lezers te boeien. Dus is met de handen in het haar een leugentje om bestwil. Al zullen alleen degene die mij persoonlijk kennen deze tot nu geschreven zinnen begrijpen. Dus laat ik hier maar snel mee ophouden, want inmiddels zal wel duidelijk zijn hoe mijn gemoedstoestand op dit moment is.

Met een hart vol weemoed heb ik dan ook naar deze datum uitgekeken. Deze dag heeft toch een groot deel van mijn leven beheerst. In eerste instantie kreeg je hulp van de juffen en meesters. Zij bepaalden welk werkstuk werd gemaakt en veelal bleek dat een goede keuze. Sommige van de gemaakte werkjes hebben jarenlang de huiskamer gesierd. Als deze periode voorbij was, dan kwam het op je eigen creativiteit aan. Dat ebde echter snel weg, maar gelukkig waren er winkels genoeg die op het onderwerp waren ingesprongen. Op latere leeftijd kwam gelukkig de eigen creativiteit weer terug en werden er weer eigen werkjes geproduceerd.

Je weet natuurlijk dat dit ooit gaat gebeuren en zo overleed eerst mijn eigen moeder. Gelukkig had ik nog een reserve moeder namelijk mijn schoonmoeder. Vorig jaar zat ze nog mooi in haar stoel met Moederdag. Met zeven kinderen zit je als moeder op deze dag natuurlijk goed. Toch zei ze iedere keer als het cadeau werd aangereikt, “dat had toch niet gehoeven.” Ondanks deze suggestie pakte ze het toch steevast uit en keek dan vol trots naar haar kind wat het had gegeven. Maar twee maanden later eindigde ook haar leven.

Hoe nu verder? Natuurlijk kon ik het niet laten om wat te maken en heb ik een roos geschilderd. Maar wat moet ik ermee? Gelukkig heeft vroeg opstaan het voordeel, dat de geest nog helder is en schoot mij plotseling iets te binnen. Of het nu een reclamefilmpje of een waargebeurd verhaal was, daar kon ik niet meer achterkomen. Maar het ging om een jongetje dat met zijn schoolrapport naar een bejaardenhuis ging. Bij iedere kamer belde hij aan en als er dan werd opengedaan dan zei hij, “dag oma.” Nu succes verzekert.

Dus denk ik erover om straks met koffietijd ook eens die kant uit te gaan met mijn schilderij. Er moet er toch één zijn die, na het aanbellen, denkt ah mijn zoon als ik haar het cadeau aanreik. Ja, en dan heb ik meteen een stiefmoeder. Dit zou natuurlijk geweldig zijn en kan ik weer enige jaren vooruit. Een man blijft tenslotte een moederskindje. Verhip, je hebt nog veel meer soorten. Er zijn nog overblijfmoeders, voorleesmoeders, oversteekmoeders, bakfietsmoeders, ik kan nog jaren vooruit. Maar nu ga ik eerst pakpapier zoeken.