Een hondenleven
In de jaren zestig, van de vorige eeuw, hadden mijn opa en oma een hondje. Eigenlijk was hij van mijn oma want zij verzorgde haar. De taak van mijn opa behelsde alleen het geven van zo af en toe een aai over de bol. Nu was Tilly, zo was haar naam, een dwergpincher en vanwege haar geringe lengte een makkelijk te verzorgen hondje.
Zo werd ze als ze haar behoeftes moest doen even buiten in een gemeentelijk perk geplaatst en klaar was Kees. Ging mijn oma bij dees of geen op visite dan was de kans aanwezig dat ze aan de riem mee mocht. Ook was ze een matig eetster, mar dat is niet zo verwonderlijk met zo´n klein lichaam. Echter twee keer in het jaar dan was ze een groot gebruikster.
Ja, dan kunnen we wel spreken van een verslaafde. Dit gebeurde steevast op de verjaardag van zowel mijn oma als opa. Als Tilly zag, dat de bierflesjes op tafel kwamen dan was ze niet meer te houden. Had ze normaal alleen contact met mijn oma op deze dagen was zij een allemans vriendin. Ze bedelde net zo lang bij iedereen dat bijna iedereen een scheut bier in haar drinkbak deed. Gelukkig bedelde ze niet bij degene, en dat waren er ook behoorlijk wat, die een borrel dronken. Dus werden alleen wij kleinkinderen met haar bedelpraktijken vereerd.
Maar als de drinkbak een keer of twee gevuld was, dan geraakte Tilly toch wel in kennelijke staat. Slingerend met haar achterpootjes doolde zij dan door de kamer. Gelukkig had onze oma nergens erg in en iedere keer vroeg zij zich dan ook verschrikt af: wat er aan de hand was met haar lieveling? Als oplossing koos ze dan voor het bewuste perk en dat werkte. Als Tilly haar behoefte had gedaan dook ze, zo lam als een hond, in haar mand en sliep daar haar roes uit en bij de volgende verjaardag was ze weer paraat.
Inmiddels zijn zowel mijn opa, oma en Tilly overleden. Dus moeten we het bier nu in zijn geheel zelf opdrinken. Wel heb ik Tilly geschilderd en wie weet kan dit ooit als etiket dienst doen. Tegenwoordig zijn er zoveel soorten bier en dan zou een Tilly biertje niet misplaatst zijn.
