Zo de rust is wedergekeerd. Maar tjonge tjonge wat is er tijdens deze jaarwisseling een vuurwerk afgeknald. Het woord crises of recessie wil ik dan ook voorlopig niet meer horen. Nu kun je natuurlijk niet altijd op het verleden terugvallen, maar wat is dit fenomeen in de loop der jaren toegenomen.
Hier zat ik aan te denken toen ik met de vervaardiging van dit schilderij bezig was. Want ook toen waren er al veelvuldig knallen te horen. We hadden er zelfs één bij waar we het landelijke nieuws mee haalden. Het vuurwerk had men in een prullenbak tot ontploffing gebracht en deze klap was zo zwaar: de prullenbak vloog pardoes bij een mevrouw door het raam. Dit gaat natuurlijk alle perken te buiten al moet ik toegeven, dat wij natuurlijk ook geen lieverdjes waren. Daarom terug naar het schilderij hier waren tenslotte mijn gedachten ontstaan.
Het gaat hierbij dan ook om de naam die gegraveerd is in het mes.

 

Net zoals een zilversmid zijn naam in het door hem gemaakte werkstuk graveert doet ook een ijzersmid dit. Nu wil het toeval, dat er in dit mes J. Maus staat. Wel dit riep bij mij meteen een herinnering op. In de straat waar ik, als kind, woonde was om de hoek een smederij. De smid heette volgens mij echter Mous dus met een o in plaats van een a. Natuurlijk kan ik me vergissen het is al zo lang geleden. Al kan de fout natuurlijk ook bij de smid liggen. Misschien heeft hij per ongeluk de a gepakt in plaats van o? Maar hier zal ik wel niet achterkomen en eigenlijk doet dit er ook niet toe.
Het gaat er namelijk om, dat wij wel eens wat carbid bij hem leenden. Nu als we dit in een blik deden dat konden we er behoorlijk mee knallen. Als hij niet keek dan kon deze activiteit het hele jaar door. Echter tijdens de jaarwisseling kregen wij een dubbeltje en dan konden we een zakje met sterretjes kopen. Nu werd er aan ons verteld: “dat deze sterretjes spuwende pijlen geen kwaad konden.”  Ja, er werd ons zelfs wijsgemaakt, “dat dit koudvuur was.” Samen met een buurjongen ben ik hier echter op pijnlijke manier achtergekomen.
Waarom we dit deden, dat weet ik niet meer. Maar nadat we er één hadden aangestoken duwden we die bij één der buren door de brievenbus. Deze mensen hadden echter een rietenmat op de vloer en ondanks dat het koudvuur was ontstond er toch een behoorlijke schroeiplek. Nu we draaiden niet alleen op voor de schade ook de door mijn moeder gehanteerde straf was niet voor de poes. Achteraf terecht natuurlijk, al haalt het natuurlijk niet bij wat er nu wordt uitgehaald.
Ja, en ik ben zelfs bang dat de aankomende generatie nog een stap verder gaat. Al weet ik het eigenlijk wel zeker. Want wat mij nu, uit betrouwbare bron, ter ore kwam dat tart zelfs mijn voorstellingsvermogen. Aron, mijn kleinzoon, was namelijk samen met zijn ome en broer vuurwerk aan het afsteken. Toen de klus geklaard was vond zijn oom het wel zo netjes om de boel aan te vegen. Aron had hier echter geen oren naar en hij was dan ook van mening: “dat de regering dit maar moest doen.” Voor de duidelijkheid ik heb het over een jongetje van 10 jaar oud.
Goed zijn oom trachtte nog uit te leggen, “dat deze regering alle ambtenaren gaan ontslaan en er dus straks niemand meer is om dit te doen. Dat deze regering zelf voor vuurwerk zal zorgen.” Maar dit had hij beter niet kunnen zeggen, want nu kon hij geen kant meer op. Want ook deze regering laat de troep opruimen door mensen die daar geen enkele schuld aan hebben. Maar laat ik me maar niet teveel zorgen maken. Het jaar is net begonnen en wie weet hoeveel moois ons nog staat te wachten. En opruimen kost tenslotte minder tijd dan zoeken.