Mijn opa was lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Mij pake echter voelde zich aangetrokken tot de Sociaal Democratische Bond (SDB) de partij van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Mijn Hollandse opa ging na de Tweede Wereldoorlog over naar de toen opgerichte PvdA. Ja, en mijn Friese pake had zich, al ver voor de oorlog, net als Domela Nieuwenhuis bekeert tot het anarchisme. Stemmen, wat toen nog een plicht was, deed hij niet meer. Tot schaamte van mijn beppe en moeder deelde hij dit dan ook luidruchtig mede in het stemlokaal. Nu met twee van deze voorouders is het niet vreemd, dat ook ik links ter wereld kwam.

Natuurlijk viel dat eerst niet zo op, maar op lagere school werd het geheel duidelijk. Alle opgedragen taken deed ik namelijk met mijn linkerhand. Helaas was dat niet geoorloofd en werd geen middel geschuwd om me dit af te leren. Zo werd ik eerst rechts in de bank gezet en bij het links schrijven zou ik dus iedere keer tegen mijn buurman aanstoten. Net als mijn pake bezat ook ik een eigenzinnig karakter en bleef dus volharden in het schrijven met mijn linkerhand. Als beloning werd mijn linkerarm toen vastgebonden aan de rugleuning van de bank. Klagen had geen zin, want ouders hadden toentertijd nog respect voor mensen werkzaam in het onderwijs. Dus op een gegeven moment schoof ik toch op naar rechts. Gelukkig hanteerden ze deze botte maatregelen niet bij het hanteren van een potloodlood en dienaangaande teken en schilder ik nog steeds links. Maar de eerste stap naar rechts was gezet.

Later kreeg dit nog een vervolg op de Handelsavond School. Hier behaalde ik namelijk mijn middenstandsdiploma en toen ik ook nog een middenstandsmeisje aan de haak sloeg leek mijn linkse ideaal ter ziele. Gelukkig kreeg ik van datzelfde meisje, jaren later, een schilderkist. Plots vertoefde ik weer in linkse kringen, kunst bleek namelijk een linkse hobby te zijn. Ja, ik kon weer tot volle tevredenheid met mijn linkerhand werken. Maar was het eerst de school nu was het de regering die roet in het eten gooide. Je werd nu niet vastgebonden maar financieel gepakt.

Dus kun je in de kunst niets verdienen en dit veroorzaakte toch weer een rechtse gedachte bij mij. Ondanks de crisis was het mij namelijk opgevallen, dat de oliemaatschappijen hier niet onder gebukt gingen. Miljarden winsten maken zij en daar moest ik het dan ook in zoeken. Natuurlijk had ik mijn principes en zoveel als zij behoefde ik dan ook niet. Dus zocht ik het in het klein namelijk in oliespuitjes. Maar nu het schilderij klaar is ziet het er niet uit. Dus heb ik het vermoeden, dat mijn opa en pake over mijn schouder hebben meegekeken en dat zij in deze mislukking de hand hebben gehad. Zij willen natuurlijk niet, dat ik me overgeef aan de veroorzakers van deze crisis. Ja, en dat ik net als hun, toen zij hier nog waren: mijn linkerhand stijf hou.