Met de gebakken peren zitten
Al jaren zit ik tegen dit probleem aan te hikken. Maar door een gelukkig voorval kan ik nu eindelijk uit de kast komen en hierbij bedoel ik de voorraadkast. Goed mijn probleem was een groot geheim en slechts bij enkele ingewijden bekend. Al was dit al erg genoeg, want ook zij hebben mij menig keer uitgelachen.
Ik ben namelijk, al zou je dit qua lichaamsbouw niet zeggen, een heel moeilijke eter. Qua groente zijn er maar weinig dingen die ik lust. Al heb ik wel een geldige verklaring, al zeggen de insiders weer: “dat ik me verschuil achter valse verklaringen,” voor mijn eetlust. Deze is namelijk gelegen in mijn jeugd. Iedere dag was namelijk een vast ritueel betreffende de groentes. Zondags waren het altijd stoofperen en op een gegeven moment kon ik die dan ook niet meer zien. Maar inspraak bestond toen nog niet en tot op de dag dat ik het huis uitging werden ze steevast voorgeschoteld.
Dus eindelijk was ik hiervan bevrijd, dacht ik, toch ik bleef met de gebakken peren zitten. Mijn nieuwe kokkin had van huis uit ook de liefde voor dit rode monster meegekregen. En verkerend in een fase, dat we elkaar nog niet zo goed kenden werd ik steeds op het matje geroepen. Steeds werd me dan voor de voeten geworpen, “waarom ik wel handperen lustte en geen stoofperen.” Van alles heb ik geprobeerd om het uit te leggen, maar iedere verklaring werd van tafel geveegd. Iedereen zal begrijpen, dat ik hiervan erg onzeker werd. Maar het zou nog erger worden.
Zo lust ik wel uienhachee en ook voor een bord met wortelen kan ik de handen wel op elkaar krijgen. Echter voeg je deze twee samen tot hutspot, dan is mijn eetlust vertrokken. Nu iedere winter werd ik dan door mijn naasten smadelijk uitgelachen. Ja, ik heb hier zelfs een minderwaardigheidscomplex door opgelopen. Maar sinds enkel weken lacht de wereld mij weer toe.
Kleinzoon Aron was namelijk te gast en die had wel zin een bord champignonsoep. Echter toen oma een stukje vlees met het dezelfde ingrediënt serveerde draaide hij met een vies gezicht zijn hoofd af. Nu ik kon wel juichen eindelijk iemand die ook zoiets had en eindelijk zou er begrip komen. Dat viel nog enigszins tegen, want hierin was ik de enige. Toch kon het mij humeur niet bederven en om dat aan te tonen heb ik meteen een peer geschilderd.