Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is
Zo net op tijd klaar deze sneeuwgors. Morgen krijgen we, tenminste als ik goed heb geluisterd, nog wat sneeuw. Ja, en dat kan deze winter wel eens voor de laatste keer zijn. Maar moet ik me hier wel druk om maken? Ik weet namelijk niet eens of een sneeuwgors wel van sneeuw houdt. Jarenlang heb ik namelijk ook gedacht, dat een ijsvogel zich verheugde op een periode van strenge vorst.
Onlangs kwam ik er pas achter, dat dit prachtige blauwe vogeltje bij vorst ten dode is opgeschreven. Dus ondanks mijn liefde voor vogels schiet ik als ornitholoog behoorlijk tekort. Eigenlijk zou ik hier op het balkon een volière moeten maken om het gedrag van deze dieren eens rustig te bestuderen. Maar dan moet ik eerst met chef balkon overleggen of dit kan. Nu ik vermoed, dat de kans klein is en ik hoor dan ook de opmerking al, “wat ben jij een rare vogel.”
Dus kan ik beter mijn tijd afwachten. Misschien kan ik in een volgend leven als vogel terugkeren. Dat zou mooi zijn, dan kan ik mijn hoogtevrees mooi overwinnen. Maar ook hoef ik net zoals nu in het menselijke leven de zaak niet meer vanaf de zijlijn te bekijken. Dan kan ik het mooi van bovenaf zien en dat geeft toch weer een heel andere kijk. Wel ben ik bang, dat je misschien niet zelf mag bepalen welke vogel je wilt worden. Dan zal ik wel een koekoek worden en donderen ze me weer in een ander nest. Want een geluksvogel ben ik nooit geweest.