Kleren maken de man
Altijd werd me verteld, “goh wat lijk jij op je opa.” Nu ik zelf opa ben kan ik eindelijk de balans op maken. Ondanks dat mijn opa 35 jaar geleden is overleden kan ik hem toch nog levendig voor de geest halen. Ja, qua uiterlijk vertoon ik grote gelijkenis. Maar in het gedrag zijn er toch wel verschillen. Om maar een voorbeeld te noemen: ik ben lang zo aardig niet. Al heb ik het wel geprobeerd, maar iedereen walste over me heen. Toch hebben we één duidelijke karaktertrek en dat is kleding.
Zo ging mijn opa nooit naar een winkel om daar zelf zijn kleding te kopen. Mijn oma haalde dat, zoals ze dat noemde, op zicht. Als hij het dan moest passen, dan maakte hij de raarste bewegingen en bromde, “dat het kriebelde en niet goed paste.” Toch wist mijn oma hem altijd te overtuigen en als laatste redmiddel riep hij dan: “Jo leg het maar in de kast, dan kan het eerst nog een tijdje op nieuw leggen.” Na enige tijd kwam dan toch af en toe wat te voorschijn. Waarschijnlijk was hij de nieuwe status dan vergeten.
Ja, en ook ik ben behept met dit gedrag. Ook voor mij wordt alles uitgezocht en gehaald en dat is een pak van mijn hart. Af en toe probeer ik wel om me van de goede kant te laten zien. Al kan ik dat beter laten, maar dan pak ik mijn eigen plunje uit de kast. Maar zelfs dat kan ik niet en gaat het linea recta terug in de kast en wordt door mijn kledingsadviseuse de juiste outfit gepakt. De moed heb ik inmiddels opgegeven, maar gelukkig heb ik een opvolger.
Ook ik heb namelijk een kleinzoon die sprekend op mij lijkt. Niet qua uiterlijk het enige is, dat wij beide brildragend zijn. Maar bij het passen der kleren gaat hij al net zo te keer als zijn grootvader en betovergrootvader. Ja, en misschien kan ik dit beter voor me houden, maar het is tenslotte een halve Ier en die zingen graag. Maar laats hoorde ik hem, nadat hij iets moest passen, toch het liedje van Danny de Munk zingen: Krijg toch allemaal de klere. Gelukkig was ik enige die het hoorde en hield ik wijselijk mijn mond. Wiet weet schrijft hij over 35 jaar, ik had een aardige opa en mocht dat niet het geval zijn, dan kan hij nog altijd zeggen: dat ik hem geschilderd heb.