Meestal achteraf realiseer ik me wat ik heb geschilderd. Maar dan is er al zoveel door mijn hoofd gegaan dat ik niet meer weet waarom ik tot deze keuze ben gekomen. Je zou bijna denken: dat ik altijd boven mijn theewater ben. Toch is dat niet het geval. Dus zit ik mij suf te prakkiseren hoe ik tot deze theepot ben gekomen?

Een theedrinker ben ik namelijk in het geheel niet. De kopjes die ik per jaar nuttig zijn te tellen op de vingers van één hand. Ik ben namelijk een koffieleut en dat begon al op jonge leeftijd. Dit leerde ik namelijk van mijn oma, al dreigde ze in die tijd nog dat je groen haar kreeg als je zo jong was. Dat werd toen nog gezet volgens de traditie van enkele eeuwen. Het water werd gekookt en daarna werd het in regelmaat opgegoten in de koffiepot. In de tussentijd werd er en steelpannetje met melk op een petroleumstel gezet. Met als gevolg dat er op de melk een lekkere dikke vel kwam. Nu was je de gelukkige, en in die tijd was ik dat, dan kreeg je die vel in je kopje. Maar mijn moeder had weer een hele andere techniek.

Waarschijnlijk wilde zij me van de koffie afhebben. Zij had namelijk een percolator of misschien beter zo’n pruttelpot. Het was een koffiepot met een glazendeksel en in de winter stond die dan op de kachel. Om de zoveel tijd hoorde je een plof en dan schoot de hete koffie tegen het deksel aan en zakte dan door het filter weer naar beneden. Ja, het klonk wel lekker huiselijk. Toch had mij moeder de vervelende gewoonte van als er koffie over was om die de volgende dag weer op te warmen en dat was niet te drinken. Gelukkig was ik ook toentertijd meestal als eerste wakker en kon ik de overgebleven koffie snel wegspoelen.

Ja, en nu hebben we koffie in vele soorten. Helaas is “dat zo helder als koffiedik” en weet ik nooit wat ik moet kiezen. Daarom ga ik als eerbetoon aan mijn oma toch maar een koffiepot en een petroleumstel schilderen. Maar eerst ga ik zelf een bakkie zetten. Of zal ik als verrassing een kopje thee nemen ik heb er tenslotte de leeftijd voor.