Jong geleerd oud gedaan
Eindelijk! Ik wilde namelijk al met mijn borst vooruit gaan lopen, maar gelukkig zat mijn buik in de weg. Maar als je steeds leuke reacties krijgt ja, dan word ik zelfs een ijdeltuit. Maar op mijn vorige stukje werd eindelijk een negatieve, dit klinkt wel erg groot, nu er was iemand die het niet zo leuk vond. Natuurlijk heb ik niet de illusie dat iedereen staat te juichen als ik iets schrijf. Maar ik ging er voor het gemak maar vanuit dat als iemand het niet leuk vind, dan sla je het over. Dus moet ik eerlijk bekennen: dat ik toch wel schrok van deze reactie. Tevens werd er een reactie gevraagd.
Nu ben ik hier wel toe genegen en in het verleden heb ik dit dan ook wel eens gedaan. Totdat een leraar, op de school waar ik als conciërge werkte, mij adviseerde om dit niet te doen. Zelf schreef en publiceerde hij gedichten. Hij zei dan ook, “iedereen leest het anders dan jij het hebt bedoeld.” Nu ben ik niet zo’n vlugge leerling dus begrijpen deed ik het niet helemaal. Gelukkig vinden leraren het niet erg om iets meerdere keren uit te leggen en hij dus ook niet. “Let maar eens op als je een passage schrijft waar je tevreden over bent, dan verwacht je daar reacties op. Nu het omgekeerde is het geval waar je niets van verwacht, dat valt de mensen op. Uitleggen heeft dus geen zin, want dan haal je het hele verhaal naar beneden. Mensen bepalen zelf wat ze er in lezen,” zo legde hij me uit in deze gratis les. Sindsdien hou ik me hier dan ook aan. Trouwens vorig jaar had ik ook nog een dergelijke ervaring.
Nu ik toch zo lekker bezig ben laat ik dan maar helemaal met de billen bloot (geen foto) gaan. Veel mensen zullen er niet van opkijken: dat ik wat hulp krijg. Mijn jeugd is namelijk nogal traumatisch verlopen en de laatste jaren kwam ik daar dan ook behoorlijk mee in de knoop. Dit heb ik opgelopen door mijn moeder die namelijk behoorlijk geëmancipeerd was. Al had niemand in die tijd nog van dat woord gehoord. Toch moest ik als jongen volop meedraaien in de huishouding. Nu ik durf te beweren, dat dit soort taken bij andere gezinnen alleen voor meisjes waren.
Zo moest ik mijn eigen slaapgelegenheid onderhouden. Voor de duidelijkheid je had geen slaapkamer, maar sliep op zolder. Deze taak hield dan ook in dat ik zelf mijn bed op moest maken, maar ook moest ik regelmatig de vloer zwabberen. Nu was dit laatste nog een leuke taak. Je ging mooi op je bed liggen lezen en af en toe gaf je met de zwabber een klap op de vloer, die was namelijk van hout. Beneden werd dan gedacht: die is goed bezig. Maar bij deze klus bleef het niet.
Ondanks dat ik zelf op klompen liep moest ik wel de schoenen van de anderen poetsen. Ook erg was het doen van boodschappen voor ieder wissewasje werd je er op uitgestuurd. Maar dit alles stond nog in stil contrast met wat daadwerkelijk het ergste van het ergste was. Namelijk afwassen! Iedere avond moest ik dit verschrikkelijk werk met mijn zus doen. Altijd hadden we ruzie over het feit wie er moest afwassen en wie er moest afdrogen. Ik wilde afwassen des te eerder kon ik weer naar buiten. Tijdens deze ruzies kreeg mijn zus altijd last van haar buik en dan moest ze naar de wc. Ze kwam dan nooit terug en draaide ik helemaal alleen op voor de ellende. Wel was het raar, dat zij van alle pijn verlost was als ik klaar was.
Tegenwoordig hoor ik wel eens van die huichelachtige stellen vertellen: dat ze gezamenlijk de afwas doen. Ja, dat ze dan zo gezellig met elkaar kunnen praten. De grootste leugen die er is natuurlijk, want na de uitvinding van de TomTom is de vaatwasser een zegen voor iedere man. Met vrouwen kun je niet samenwerken, dat wordt oorlog. Daarom nog even terug naar de TomTom om dit te bewijzen. In het verleden had ik iemand die zei: “dat ze goed was in kaartlezen.” Nu de eerste keer, toen we ergens naar toe moesten waar we nog nooit waren geweest, liep het al uit de hand. Op een gegeven moment zeik ik: Hadden we er hier niet afgemoeten? Snel werd er een blik op de kaart geworpen en even daarna hoorde ik, “ja, ik denk het wel, maar neem nu maar de volgende afslag.” Goed voor mij dit alles aangedane heb ik nu dus hulp van een psycholoog.
Tijdens het eerste consult adviseerde hij mij om het van me af te schrijven. Om het woordelijk aan hem te vertellen zou veel te zwaar voor me zijn na zo’n onmenselijke behandeling. Nu dat moest me lukken, maar oh jee. Toen ik tijdens de tweede behandeling mijn epistel had meegenomen en hij er in begon te lezen zag ik hem helemaal wit wegtrekken. Nu ik ging er maar eens recht voor zitten, dan kon de therapie meteen een aanvang nemen. Maar stotterend bracht hij uit, “zoveel onzin heb ik nog nooit gelezen.” Dus zijn er meer mensen die mijn schrijfkunst niet zo bewonderen. Wel had hij een nieuw advies, “schilder het maar van je af,” luidde die. Zijn advies heb ik opgevolgd en inmiddels heb ik dan ook een afwasborstel geschilderd. Nu het is me slecht bevallen alle emoties kwamen in volle hevigheid naar boven. Toch kom ik, nu ik dit allemaal heb opgeschreven, steeds meer tot de conclusie dat ik andere hulp moet inschakelen. Ja, ik ga naar de kinderbescherming, want wat mij is aangedaan is natuurlijk kinderarbeid. Ja, dat ga ik doen en nu maar hopen: dat het niet verjaard is.