Dat was schrikken en niet alleen vanwege het late tijdstip, maar dat het deze keer voor mij was. Veelal reageer ik dan ook niet als de telefoon gaat. Zelfs als ik alleen thuis ben moet ik mij er toe zetten om op te nemen. Omdat het toch nooit voor mij bestemd is denk ik dan ook, ze bellen wel terug of ze spreken wel in. Al moet ik ook eerlijk toegeven, dat ik een telefoon geen prettig apparaat vind met al dat gehijg in je oor. Goed nu was er geen ontkomen aan want de telefoniste gaf hem aan mij door met de woorden: ”iemand voor jou.” Maar ik zag toch wat opgetrokken wenkbrauwen.

Na me bekend gemaakt te hebben werd ook een naam aan de andere kant van de lijn genoemd. Nu die zei me niets, maar de jongeman aan de lijn was een vlotte prater en ging onverdroten verder. Hij was namelijk geïnteresseerd in een schilderij van me. Zou het me dan net zoals bij Vincent van Gogh toch nog lukken om bij leven één schilderij te verkopen. Het ging om een portret van een geit, “dit dier wordt als symbool gebruikt door iemand die Satanist is. Zelf ben ik dit ook,” zo gaf de spreker aan de andere kant van de lijn aan.

Ik durfde niet te vragen hoe dit nu precies zat. Er kwam zelfs een soort angst over me, dit vanwege de traditie waarin ik ben opgevoed. De Satan of zoals bij ons werd verteld de Duivel, “was de oorzaak van alle kwaad.” Regelmatig werd mij zelfs verweten: “dat ik van de staart van de Duivel was afgesneden en dat er door het door mij gehanteerde gedrag er niets van me terecht zou komen.” Ja, nu kan ik inmiddels concluderen dat ze toen een vooruitziende blik hadden, maar een Satanist ben ik niet.

Na enig speurwerk kwam ik er namelijk achter wat het precies inhield. “Satanisme is de verering van Satan, die in de joods-christelijke traditie geldt als de belichaming van het kwaad en als de tegenstelling van God.” Gelukkig vond hij het schilderij te duur, en had hij eigenlijk weinig over voor zijn geloof, maar ik had hem zelf ook niet aan hem verkocht. Ondanks dat ik wat van de kudde ben afgedwaald, ik lijk wel een geit, heb ik toch mijn principes.

Net zoals men als Islamiet geen beeltenis van Mohamed mag hebben, was er bij de Protestanten iets dergelijks aan de hand. “Vereer naast mij geen andere goden. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of iets beneden op de aarde of in het water onder aarde.” Zo staat in de Bijbel beschreven. Bijna wilde ik halleluja roepen, maar plots zag ik het licht.

Of beter ik zag een donderbui ja, misschien wel de dag des oordeels. Als dit waar is, dan kan ik het liefste wat ik doe wel opgeven. Zo heb ik onlangs een engeltje, mijn kleizoon, geschilderd, maar ook een portret laat staan een zelfportret is uit den boze. Nee, niets op de aarde of onder water mag nog. Nu ik zal mijn spullen maar op Marktplaats zetten. Inmiddels ben ik wel des duivels en lijkt het er veel op, dat ik toch werkelijk van zijn staart ben afgesneden. Ik kan natuurlijk ook mijn principes wat laten varen, want op dit gebied voel ik me toch vaak een eenling. Dan toch maar mee in de vaart der volkeren en me gedragen als een kuddedier. Laat ik dan ook maar eerst hard boe roepen. Ja, en moet ik tenslotte erkennen: Dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn en zelden aangenaam.