Julian
Dit moet eigenlijk het mooiste stukje van het jaar worden. Maar de eerste regel is nog niet eens opgedroogd, ik schrijf dit met tranen, en ik moet de moed al opgegeven. Nu ben ik zelf van nature al niet de vrolijkste, maar omstreeks deze datum word ik nog eens extra geraakt. Lieve jongen daar kun jij natuurlijk niets aan doen, maar het zal komen door onze vergankelijkheid van het leven. Maar laat ik het niet te ingewikkeld maken.
Ik zou namelijk heel anders beginnen. Namelijk dat met klimmen der jaren een soort weemoed over je komt, tenminste bij mij. Zo fietste ik begin van dit jaar door de straat waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Herinneringen riep het, wel verdriet, niet meer op want alles is gesloopt. Ook de lagere school die ik heb bezocht is hetzelfde lot ondergaan. Toch staat dit in het niets met het verlies aan een kleinkind. Goh, Julian 17 jaar ben je vandaag geworden en dat verlies lijkt wel gisteren.
Maar wat we waren we dit jaar dicht bij elkaar. Zelf heb ik dit uit de verhalen, maar na de operatie was ik ook bijna jouw richting uitgegaan. Graag had ik bij je gekeken, maar ook hier had ik nog wat te doen. Zoals je weet werd je neef Michiel geboren en die mocht ik natuurlijk ook niet missen. En natuurlijk niet getreurd iedere dag ben je wel in mijn gedachten.
Al baren die gedachten me de laatste tijd wel zorgen. Steeds vaker zit ik namelijk te denken en dit om verschillende redenen. Zo kan ik me suf prakkiseren hoe iemand heet en op de meest vreemde momenten, soms een paar dagen erna, schiet het me te binnen. Echter er kwam nog een herinnering, mijn pake en ook mijn oma kregen namelijk last van de ziekte Alzheimer. Dus is het misschien wel erfelijk.
“Van deze ziekte is vergeetachtigheid het meest in het oog springende verschijnsel. Het opnemen van nieuwe informatie lukt niet meer, en er ontstaan problemen met lezen, praten schrijven en rekenen,” zo heb ik even opgezocht. Nu vooral dat niet meer schrijven kan ik natuurlijk niet hebben. Al is het alleen maar om het over jou te hebben en natuurlijk ook een beetje over die andere onzin die ik schrijf.
Oei, nu vergeet ik bijna al weer wat. Ik zou nog iets over Michiel vertellen. Als hij, meestal is oma me te snel af, op mijn schoot zit dan begint hij al tegen me te praten. Volgens de mensen zonder fantasie in dit huis kan dat niet. Inmiddels heb ik geleerd om hier niet meer op in te gaan. Maar ik weet zeker dat hij wel tegen me praat, want hij lacht er ook bij en meer bewijs is natuurlijk niet nodig. Ook wij praten veel tegen elkaar, maar daar moet ik toch wat mee beginnen op te passen. Niet met jou natuurlijk, maar vaak ben ik zo bezig dat ik zelfs hardop met je praat. Vaak klinkt dan hier in huis: “Wat zeg je?” Hier geef ik natuurlijk geen reactie op, want dat houden we onder elkaar. Maar ik moet toch wat beter opletten anders willen ze me straks nog opsluiten.
Al dacht ik laatst al dat het zover was. Er lag namelijk en brief in de bus, geadresseerd aan mij, van Alzheimer Nederland. Nu ik durfde hem amper open te maken, want er zaten allemaal geeltjes, noemen ze die tegenwoordig geloof ik, op geplakt. Maar de teksten er op kon ik niet thuisbrengen nee, zelfs mijn fantasie liet me in de steek. Dus heb ik hem toch maar opengemaakt. Tot mijn verbazing zat er nog een stapeltje van die gele plakbriefjes in, maar nu onbeschreven. Dus ze hadden me zeker gescreend en behoorde ik tot de doelgroep. Erger kon niet en dus kon ik de brief ook nog wel even lezen.
Nu daar stond in dikke zwarte letters, “Als je partner een vreemde wordt…” Mijn partner? Nu ik begreep er helemaal niets meer van en pakte de envelop er nog eens bij. Ja, en toen zag ik het meteen: Alzheimer Nederland weet het zelf niet meer. Ze hadden er namelijk geen postzegel op geplakt en bij mij dus verwarring voor niets gezaaid. Dus kan ik dit sombere stuk nog een beetje optimistisch afsluiten met: Julian jou zal ik nooit vergeten!