Vuurtorens
Het begint misschien wat op te vallen? Maar ik behandel nogal vaak het wel en wee van mijn opa zaliger. Dat komt omdat ik er als kind bijna ben grootgebracht. Veel mensen dachten dan ook dat mijn grootouders mijn ouders waren. Nu zijn prachtige verhalen kan ik dan ook dromen. Ja, en dus ook deze keer ontkom ik er niet aan om jullie deelgenoot te maken van één zijner voorvallen.
Mijn opa en veel van zijn broers waren vissers. Als ze niet aan het vissen varen dan hingen ze toch bij de haven rond. Vooral bij slecht weer waren ze niet bij de toenmalige Zuiderzee weg te slaan. Dan kon er namelijk een schip uit koers raken en vastlopen. Nu als er dan een schip vastliep dan vlogen ze naar hun vlet en roeiden ze zo hard als ze konden naar het gestrande schip. Het ging ze dan om de ‘sjouw’, het geld dat ze konden verdienen door het schip weer vlot te trekken en indien nodig om de mensen te redden.
In Enkhuizen stonden ze dan ook bekend als de mensenredders. Mijn opa kon dan ook een oorkonde tonen van een redding in 1926. Toch stonden ze liever bekend als de sjouwhaalders want het daarmee verdiende geld was een mooie aanvulling op hun karige bestaan. Ja, als er een lange tijd geen slecht weer was dan hielpen ze de natuur een handje.
Al weet ik niet helemaal zeker of dit wel waar is. Mijn opa had een nogal rijke, had ik daar maar een beetje van, fantasie. Hij vertelde dan, “als het ons te lang duurde dan maakten we zelf een vuur en het moest dan al gek gaan als er niet een schip uit koers raakte.” Maar ook voor een goede grap waren ze te porren.
Zo sloop één der broers tijdens een dienst, op zondagmorgen, van het Leger des Heils daar naar binnen. Snel fluisterde hij daar tegen één der aanwezigen, “dat er een sjouw was.” Nu binnen een paar minuten liep de halve zaal leeg. Dit tot groot vermaak van de verdekt opgestelde familie Edelenbosch. Maar inmiddels is dit allemaal verleden tijd.
Onlangs las ik namelijk tot mijn grote schrik dat alle vuurtorens gaan verdwijnen. Door de moderne navigatieapparatuur zijn ze niet meer nodig. Als nazaat deed dit me toch pijn. Dus nam ik het besluit om, voordat ze allemaal verdwenen zijn, deze meestal prachtige bouwsels toch maar vast te leggen. Maar tot mijn grote schrik kwam ik er achter dat dit er 59 zijn. Dat is natuurlijk wel wat veel van het goede. Maar als hommage aan mijn opa en zijn broers ben ik toch maar begonnen en zie ik wel hoever als ik kom. Echter die van Ameland is klaar, nog 58 te gaan.