Van achter de ezel

 

Steeds vaker zit ik ’s avonds wat te mijmeren en dat heeft niets met mijn leeftijd te maken. Ik kan me dan niet meer vermaken, want bij het meeste wat ik doe heb ik daglicht nodig. Iets schrijven is natuurlijk een mogelijkheid, maar dat doe ik al in het begin van de avond. Veelal na het eten een uurtje of twee, maar dan heb ik het wel gehad. Dan wordt het tijd om wat te ontspannen en zet ik de tv aan.

Maar er lijkt wel steeds minder voor te wezen wat mij nog kan boeien. Ooit was dit anders, maar dit is al lang geleden. In de jaren vijftig van de vorige eeuw deed de tv zijn intrede en mijn opa en oma waren er al heel snel bij. Bij ons thuis duurde het tot in de jaren zestig toen hij in de kamer stond, want die Mos in de Westerstraat vroeg wel erg veel geld voor zo’n kassie. Gelukkig konden wij voor die tijd dus uitwijken naar mijn opa en oma.

Daar keek ik dan op woensdag- en donderdagmiddag naar het kinderuurtje en later mocht ik op zaterdagavond kijken. Tevens werd het aantal uitzenduren ook steeds verder uitgebreid. Ondanks dat we zelf dus een televisie hadden, ging ik nog vaak bij mijn opa en oma kijken. Vooral voetbalwedstrijden die ik samen met mijn opa en regelmatig ook met zijn broer bekeek. Echter op een gegeven moment werd er ook een schilderprogramma uitgezonden. Ene Bob Ross liet zien: dat iedereen kon schilderen. Wel ik werd een vaste kijker.

Dus toen ik onlangs zat te mijmeren en daarna uit verveling toch de tv maar aan deed en overging tot zappen. Wat schetste mijn verbazing toen ik bij een zender belande en daar was good old Bob. Hij was niets veranderd, maar dat kon ook niet anders, want het was een herhaalzender. Toch ben ik vanaf deze ontdekking vaste kijker.

Maar ik deed nog een ontdekking. In één van zijn lessen vertelde hij, “dat hij tijdens het schilderen verhaaltjes verzon, dan ging het schilderen een stuk eenvoudiger.” Dat ik dit zelf nooit had bedacht tijdens het schilderen. Maar wat niet is kan nog komen en ik ging het meteen proberen. Alleen kon ik niet, zoals Bob, iets verzinnen en werd het een waargebeurd verhaal.

Op mijn 14de kreeg ik een overall aan en een pak shag in mijn borstzak en ging ik aan het werk. Werken leek me leuker dan school. Spijt heb ik er dan ook nooit van gehad, al ben ik wel een paar keer van bedrijfstak veranderd. Bijna overal heb ik met plezier gewerkt, maar op een gegeven moment is het toch genoeg.

Maar voor het zover was hebben ze me wel en paar keer goed te grazen gehad. Op een bepaalde leeftijd kwam je namelijk in aanmerking, zoals ze dat toen noemden, voor ouwelullendagen. Net voor ik de bewuste datum had bereikt werd deze regeling afgeschaft. Er zat niets anders op, dan te wachten op het tijdstip dat je per week een halve dag korter mocht werken. Jullie raden het al ook dit werd afgeschaft. Dus op naar de pensionering.

Na 51 jaar werken kon het wel een keer toe. Maar wat schets mijn verbazing, en het leek wel of ze speciaal op mij wachten. De AOW-leeftijd werd met een maand opgeschoven. Wel betekende dit, dat ik nog wat extra pensioen opbouwde.

Steeds vaker hoorde ik namelijk dat gepensioneerden schatrijk waren. Stiekem begon ik me al een kapitalistje te voelen. Zelfs zo erg dat ik, in overleg met mijn eega, besloot om een kluis te kopen. Maar de eerste uitbetalingen vielen wat tegen, ze moesten er zeker nog inkomen. Wel het was andersom, ze wisten dat ik gepensioneerd was en plots kwam de dreiging: “dat de pensioenen wel eens omlaag konden gaan.”

Dit verhaal zat ik te overdenken toen ik de sleutel van de kluis uit aren moede, maar ben gaan schilderen. Nodig heb ik hem toch niet en maakt hij op deze wijze nog nieuwe deuren voor me open. Wel moet ik eerlijk bekennen: dat Bob gelijk had en het schilderen een stuk makkelijker ging, maar toen moest de hardste klap nog komen. Ik kreeg namelijk bericht van de bank, “dat de rente naar 0% was gedaald.” Straks kan ik niet eens meer schilderspullen kopen. Wat nu? Wel er zit niets anders op dan van mijn laatste geld een tractor te huren.