Dankzij mijn opa en oma ben ik gek op vruchten niet alleen om te schilderen, maar ook om te eten. Als enige drie kleinkinderen werden wij daar, middels koek en snoep, behoorlijk verwend. Voor we echter weggingen moesten we dan, wat toen niet gebruikelijk was, eerst een appel eten. Volgens beide grootouders hadden ook arbeiderskinderen hier recht op. Ja, de verzuiling bestond toen nog.

Al was het wel weer raar dat we, met een republikeinse opa en opa, twee keer per jaar een sinaasappel kregen. De ene was op Koninginnedag na het defilé op de lagere school. De andere tijdens de kerstdienst van de zondagsschool. Dat was weer het voordeel als je tot, dankzij mijn moeder, tot meerdere zuilen behoorde.

Tegenwoordig staat er een fruitschaal, en mijn opa en oma zouden hun ogen uitkijken, met meerdere soorten fruit op tafel. Sommige, gelukkig niet allemaal, lusten niet eens fruit. Dus ben ik ze ook maar gaan schilderen en wie weet kunnen ze daar later de vruchten van plukken. Maar dan moet je als schilder eerst dood zijn zo hebben ze me op het hart gedrukt. Wel voorlopig tikt die nog dus ga ik eerdaags aan een fruitmand beginnen.