Een geschikte peer
Vanwege mijn postuur zou je het niet zeggen, maar ik ben een slechte eter. Voor veel dingen haal ik mijn neus op. Zelfs zo erg dat ik met mijn neus omhoog loop en zij die mij niet kennen denken: dat ik kapsones heb.
Zij die wel beter weten die kunnen er ook wat van. Als er voor mij weer eens een aparte maaltijd wordt geserveerd, dan zijn de commentaren niet van de lucht. Veelal trek ik me hier niets van aan, maar wel van het feit dat ze me belachelijk maken. Hierbij staan ze sterk, want een tegenargument heb ik niet.
Zo lust ik wel worteltjes en ook uienhachee laat ik niet aan me voorbijgaan. Hutspot daarentegen daar zet ik geen tand in ja, en dan kunnen ze het niet laten om me uit te lachen. Vooral omdat ik dan alleen worteltjes met aardappels krijg voorgeschoteld.
Dan is er nog de peer en ook die brengt heel wat teweeg. Stoofperen stonden in mijn jeugd iedere zondag op tafel. Als ik die rode dingen nu zie, dan komt dat afschuwelijke gevoel van weleer meteen bij me bovendrijven. Handperen echter, die lust ik iedere dag wel.
Ook het schilderen van peren behoort tot mijn favoriete bezigheden. Die heb ik al in allerlei soorten en maten gedaan. Deze keer zelfs een mini-schilderij van 8 bij 6cm en dit stemt me toch wel tevreden.
Al blijft er één wens over namelijk dat ze, na al dat uitlachen, toch nog eens gaan zeggen: hij is wat vreemd, maar voor de rest wel een geschikte peer. Anders blijf ik met de gebakken peren zitten.