De geit verzetten
Ging ik in mijn kindertijd de hoek van onze straat om, dan was daar een straat met een sloot. Water had natuurlijk een grote aantrekkingskracht op je. Je kon er vissen en in de winter, die had je toen nog, kon je er schaatsen. Maar het had nog meer mogelijkheden.
Er was namelijk ook een brede walkant van gras. In die tijd werden veel dieren niet gezien als huisdier, maar voor consumptie. Al had je daar als kind geen idee van. Dus was de wal voorzien van diverse konijnenrennen met daarin Vlaamse reuzen, maar ook de geit was daar vertegenwoordigd. Zelf hadden we alleen een poes en maakte deze walkant de dierenliefhebber in mij wakker.
Dus ging ik paardenbloemen voor de konijnen plukken om ze deze te voeren. De geit, koe van de armen, stond met een touw vast aan een ijzeren pen en was aan de afgegraasde cirkel te zien wat de rijwijdte was. Graag had ik de geit willen verzetten, maar de pen zat daarvoor te diep in de grond en ook was het de hoogste tijd om niet te laat op school te komen. Dat was een heel andere tijd.
Als ik hier nu kom, dan is een groot deel van de wal in beslag genomen door geparkeerde auto’s. Bijna niet meer voor te stellen hoe het ooit was. Al deze herinneringen kwamen bij me boven toen ik het portret van de deze geit zat te tekenen.
