Niet de dader toch de schuld
Hoe komt zoiets tot stand? Volgens mij omdat je er mee in aanraking komt en er een band ontstaat. Zo hadden wij thuis altijd poezen en honden en hoort dit bij je opvoeding. Al is het net als bij mensen de één ligt je beter dan de ander. Zo waren in die tijd de poes Dorus en de hond Pukkie mijn favorieten. Altijd zaten ze bij me en dan ontstaat er automatisch dierenliefde. Toch was er nog een dier wat ik graag wilde en dat was de geit.
Helaas was onze tuin te klein en zat dat er niet in. Gelukkig als ik bij ons de hoek van de straat omging, stond daar een geit in de walkant. Op weg naar school kon ik het dan ook niet laten om deze te aaien en wat extra lang gras voor haar uit de grond te trekken. Jammer dat de eigenaar de pen waar ze aan vast stond zo diep in de grond had gezet anders had ik haar ook nog kunnen verzetten. Wel had dit vaak tot gevolg dat ik soms rennend naar school moest om niet te laat te komen.
Gelukkig stonden er, met uitzondering van een ren met konijnen, verder geen geiten meer. Al had je dit wel mogen verwachten, want vanwege de gegeven melk bestond dit, prachtige dier, bekend als de koe voor arme mensen. Hiermee was het een belangrijke voedselleverancier voor de minst bedeelden. Een belangrijke taak, maar tijden veranderen.
Er bleek, dat er nog veel meer lekkers uit dit dier was te halen. Zo was daar in de achtste eeuw al de ontwikkeling van geitenkaas. In de loop der tijd kwamen er veel meer producten op de markt. Met als gevolg, waar een klein land groot in kan zijn, werden er grote stallen gebouwd met grote aantallen dieren. Als er iets te verdienen valt, dan duiken we er als kippen bovenop. Alles willen we hebben, maar plots kwam er een kink in de kabel.
Waar we nog nooit van gehoord hadden verscheen er nu, door de grootschaligheid, onverwachts de Q-koorts. Een infectieziekte en de geit werd de zondebok. De hebzucht werd zoals altijd verzwegen en kregen ook nu de verkeerden, de geiten, de schuld. Met diverse maatregelen als gevolg. Terwijl je zou verwachten: dat men weer naar de oorspronkelijks staat van de geit zou terugkeren. Namelijk kleinschaligheid.
Dit zit er niet in en wordt dit dier, door alle regelgeving, voor mij aan het oog onttrokken. Dus moet ik het met oude beelden doen om het aan papier toe te vertrouwen. Op deze wijze heb ik toch al een hele kudde opgebouwd. Waarvan deze pentekening met Oost-Indische inkt van een rustende geit in het gras mijn laatste creatie is en er nog wel meer zullen volgen. Al is het wel te hopen: dat ik geen last krijg van de zilvervisjesplaag.