Als ik mijn best niet deed op school, dan dreigde mijn moeder me met: “dan word je later maar boerenknecht en dan mag je zevendagen in de week werken. Wel dat leek me verschrikkelijk, dus snel een tandje erbij. Deze bangmakerij kwam echter plotseling in een ander daglicht te staan.

Inmiddels had ik de school verlaten en werkte ik vijfenveertig uur in de week als kuiper. Juist in deze tijd kreeg mijn zuster scharrelderij(verkering) met een boerenzoon. In die tijd waren dat in onze woonplaats nog stadsboeren en alle activiteiten vonden plaats in een vaarpolder.

Dit betekende dat alles, melken, maaien, hooien, en andere zaken, varend met schuit vanaf de boerderij moest gebeuren. Regelmatig ging ik op zaterdag mee om te helpen en wat een prachtig beroep was dat. Heerlijk rustig werken in de natuur en een grote variatie aan werkzaamheden en wat had mijn moeder me voorgelogen. Echter in die tijd waren er geen boerenknechten meer nodig en dat zou nog erger worden.

De tijd stond namelijk niet stil en alles moest productiever en sneller worden. Dus werd deze prachtige, rustige vaarpolder verkaveld. Toch maak ik uit nostalgie, en wetend dat het nooit meer terug zal komen, nog regelmatig een tochtje door deze verkaveling. Alles rechttoe en rechtaan en totaal geen variatie meer, maar deze keer werd mijn oog getrokken naar iets wat ik zelfs in de polder niet had gezien.

Daar waren zomaar scharrelvarkens die heerlijk in de modder zaten te wroeten. De tijd totaal vergetend heb ik hiernaar staan te kijken en diverse foto’s gemaakt om dit via een tekening thuis uit te werken. Er kwam echter nog een gedachte bij me op.

Altijd heb ik me verbaasd dat kinderen dachten: dat melk en andere agrarische producten in fabrieken werden gemaakt. Pas nu werd me duidelijk waarom. Dat krijg je met die onwijze productieverhoging en dat alles in afgesloten stallen gebeurt. De verkaveling kun je niet terugdraaien, maar het ouderwetse boeren moet toch geen probleem zijn. Veel beter voor mens en dier.